Search

Deel 2 – Sven Nys: “Thibau doet zijn eigen ding”

VADER EN ZOON PRATEN VRIJUIT

SVEN NYS: "THIBAU DOET ZIJN EIGEN DING" 

nys2

Sven en Thibau. De ene negenvoudig Belgisch kampioen. De andere één keer. Achter een hoge haag en poort in Tremelo nestelden we ons midden februari aan tafel. Aan de ingang pronkten twee Kristallen Fietsen, terwijl op tafel de eerste Belgische trui en medaille van Thibau uitgestald lagen. Wat volgde was een lang gesprek met een trotse vader en een gepassioneerde zoon. Met het hart op de tong praatten ze vrijuit over hun leven, passie én dromen

Thibau, denk je dat je een sterkere renner bent door de ervaring van je vader? 

 

Thibau – Ik denk dat wel. Ik sta een stapje voor, maar dat wil niet zeggen dat ik er niet hard voor moet werken. Op het gebied van kennis sta ik uiteraard voor op andere renners die zelf nog alles moeten uitzoeken. 
 
Sven – Andere renners maken dan kleine foutjes die ze door hun fysieke beperking op jonge leeftijd nog niet kunnen rechtzetten. die foutjes maakt Thibau heel weinig. Hij moet zich er wel van bewust zijn dat de andere jongens op termijn de fouten ook niet meer gaan maken. De besten blijven dan over, we zullen zien hoe ver dat zal dragen. 
 
Neemt hij steeds jouw raad aan of doet hij ook al eens graag zijn eigen ding? 
 
Sven – Nee, zeker niet altijd. Ik durf soms wel te zeggen, dat de banden misschien wat zachter of harder moeten, maar dan heeft hij soms wel zijn eigen zin. Dan laat ik hem ook doen. Als hij daardoor de  wedstrijd wint of verliest, leert hij daar uit. Steeds afgaan op iemand anders is niet goed. Door fouten te maken en zo nu en dan met je hoofd tegen de muur te lopen word je slimmer. 
 
Thibau – Op het BK zei hij bijvoorbeeld dat ik met minder profiel moest rijden, maar hij kan niet voelen hoe ik me op de fiets voel. Het is daarom dat ik vooral mijn eigen beslissing neem. Er zijn mannen van mijn categorie waaraan ik vraag bij de start: “Met welke bandendruk rij je?” Dan antwoorden ze dat ze het niet weten en dat hun papa dat beslist heeft. Dan snap ik niet hoe ze een deftige koers kunnen rijden. Je kan dan toch nooit gerust naar de start. 
 
Sven – Ik zou soms liever hebben dat hij thuiskomt en zegt: “Ik heb de wedstrijd verloren omdat ik die foute keuze heb gemaakt.” Die gaat hij de volgende keer niet meer maken. Als hij daarentegen zegt: “Ik heb de koers verloren omdat jij, papa, de verkeerde keuze hebt gemaakt.” Daar heeft hij niets aan. 
 
De studies kwamen daarnet al even ter sprake, hoe lopen die? 
 
Sven – Ik zit er wel heel sterk achter, maar het gaat allemaal ook redelijk gemakkelijk. Op dat vlak is hij wel tevreden met de middenmoot. 
 
Thibau – Als ik er door ben, is het genoeg. 
 
Sven – Ik kan hem daar wel in pushen, maar dat zou alleen maar tegendraads werken, denk ik. Voorlopig doe ik dat ook niet, ik zal pas echt ingrijpen als het dreigt mis te lopen. Hij heeft wel het verstand om het goed te doen en dat is voor mij veel belangrijker dan welke koers dan ook. 
 
ANDERE TIJDEN 
 
De tijden zijn heel hard veranderd. Denk jij dat de formule van jeugdploegen een positief effect heeft? 
 
Sven – Dat heeft positieve en negatieve gevolgen. Er zijn ook jongens die veel te snel het gevoel krijgen dat ze prof zijn. Ze krijgen ook alle steun op het gebied van materiaal en opleiding. De resultaten zijn niet altijd even regelmatig en toch krijgen ze al de stempel dat ze een talent zijn. 
 
Als het dan tegenvalt als ze bij de profs komen, dan is dat voor velen een zware teleurstelling. Er zijn heel veel jongens die heel lang uitstellen om te stoppen en dan drie tot vijf jaar investeren in hun sport, jaren waarin ze met andere talenten meer hadden kunnen bereiken. 
 
Vroeger was dat niet. Dan kregen een paar renners de kans om prof te worden en al de rest moest gaan werken. Nu krijgen veel meer jongens die kans. Dat heeft zeker ook een positieve kant, want nu staan er ook meer renners aan de start van een cross. 
 
De beloften van nu krijgen samenvattingen op televisie. Welke andere sport kan zeggen dat er aandacht wordt besteed aan de jeugd vóór de wedstrijd van de profs? Geen enkele, denk ik. Ze voelen zich daardoor ook heel snel belangrijk en dat is soms gevaarlijk. 
 
Moeten we terug naar de nationale veldrittrainingen zoals ze vroeger waren, of brengt dit geen soelaas, denk je? 
 
Sven - Dat is heel moeilijk, want elke ploeg heeft zijn eigen opleiding en trainingen. Het is moeilijk om een renner daar weg te plukken en in een nationale training te steken. Ergens ben ik er wel voorstander van dat de bondscoach een redelijk ruime selectie zou maken van jongens waarmee hij een heel seizoen aan de slag gaat. Die jongens komen dan ook in aanmerking om deel te nemen aan de wereldbekers en het wereldkampioenschap. 
 
Uiteindelijk gaan er daar een paar afvallen door kwetsuren, ziektes of omdat ze net niet sterk genoeg zijn. De jongens hebben met zo’n selectie wel een soort zekerheid. Nu is het heel vaak wachten tot het laatste moment. Ik zou dan ook opteren om met die selectie een wedstrijd in het buitenland te gaan rijden, zodat ze daar ervaring kunnen opdoen. Zo was het vroeger en ik vond dat niet slecht. 
 

"Het probleem is wel dat elk veldritteam de renners veel meer opeist."

Sven Nys
Thibau – In het mountainbike gebeurt dat nu ook al meer, denk ik. Daar zijn nationale stages wel meer ingeburgerd. 
 
Sven – Het probleem is wel dat elk veldritteam de renners veel meer opeist. Er is voor elke categorie ook een klassement en van dat klassement is er ook elke week wel een wedstrijd. Dat was vroeger allemaal niet zo. We hadden ‘De Moedige Veldrijder’ en ‘De Limburgse veldrittrofee’, maar daar stopte het. 
 
Thibau – Wij hebben dit seizoen ook die oude techniek toegepast. We hebben maar enkele grote wedstrijden gereden als het uitkwam, maar voor de rest hebben we ons dit seizoen ook een beetje gefocust op ‘De Moedige Veldrijder’. Al was dat ook niet echt voor het klassement. Ik ben eigenlijk de jongste van de jongste en werd pas in november veertien jaar, terwijl er anderen in mijn categorie in januari al vijftien werden. 
 
Ze opperen nu om de nieuwelingen uit de A-crossen te halen. Is dat een goede evolutie? 
 
Sven - Ik vind dat zeker niet slecht.Voor mij moet dat niet. Het is wel eens fijn, want dat is dé arena. Als ze nu moeten wachten tot de junioren is dat ook niet zo heel erg. 
 
Thibau – Enerzijds vind ik dat je er veel kan uit leren, maar het brengt ook heel veel praktische zaken met zich mee. Neem nu Middelkerke, de start was daar om half tien. Je bent dan als je van ver komt al verplicht om de dag voordien af te reizen naar daar. Dat is wel moeilijk en dan is een mobilehome bijna een must. 
 
Nu rijdt Thibau voor het AA-drink Jongerenteam. Is het de bedoeling dat hij de overstap maakt naar Telenet- Fidea? 
 
Thibau – Er is weinig veranderd bij mijn vorige ploeg. Voorlopig blijf ik daar ook, want de opleiding en sfeer is er goed. Als er in de toekomst de mogelijkheden zijn om door te breken, dan zal ik uiteraard de kans krijgen om naar Telenet-Fidea te gaan. Dat moeten we uiteraard nog allemaal zien, want de weg is nog lang. Ik blijf gewoon mijn ding doen. 
 
Sven – We zijn sowieso niet van plan om voor het einde van zijn juniorentijd ergens anders naartoe te gaan. Hij zit goed bij zijn huidige ploeg. Elke woensdag trainen ze allemaal samen, ze hebben een mooi wegprogramma en krijgen de kans om mee op stage te gaan. Het zijn allemaal vrienden die plezier maken en dat is op deze leeftijd het belangrijkste. 
 

Lees vrijdagavond 22 december het derde en laatste deel.

20 december 2017 - Tekst:Brecht en Wouter Toelen Foto's: Wouter Toelen en Brecht Toelen (Tfoto.be)

fotoboek

 

 

Het volledige verhaal verscheen ook in ons START-BOX FOTOBOEK 2016-2017 

 

Dat is nog steeds HIER verkrijgbaar